Platbodems van het Zwammerdamtype




De transportschepen van het Zwammerdamtype zijn platbodems. Dat wil zeggen dat ze een platte bodem hebben die als het ware op het water ligt, er is dus weinig diepgang. De schepen hebben een mast met een groot rechthoekig zeil, maar kunnen ook geroeid worden. De mogelijkheid bestaat ook dat dit soort schepen als trekschuit is gebruikt. De schepen worden gestuurd met een enorme stuurriem die een lengte van ruim 5 meter kan hebben.

In de lengte van het schip liggen lange vloerplanken. De overgang tussen bodem en boord (zijwand) bestaat uit een L-vormige uitgehakte lange plank, zodat er geen naad is.

Op de vloerplanken liggen spanten over de breedte van het schip. De spanten zijn met ijzeren spijkers en soms met houten pennen, eventueel met een wig, vastgezet.

Een van beide uiteinden van een spant bestaat uit een knie, hier zit een zijtak die omhoog steekt en net als de spant zelf netjes in vorm is gehakt. De knieën zijn om en om gelegd. Soms is een extra knie aan het andere uiteinde vastgemaakt met een pen en gatverbinding.

De schepen van het Zwammerdamtype zijn in de Rijndelta in ieder geval gebruikt om goederen te vervoeren. Wellicht zijn er ook die als veerpont dienst deden. De platbodems kunnen gemakkelijk in ondiep water varen en aanmeren.

De drie platbodems zijn voor wat betreft de bouw een voortzetting van een oudere inheemse scheepsbouwtraditie in Noordwest Europa.

Dit type binnenvaart transportschepen kan via rivieren, kanalen en kleinere wateren goederen vervoeren die gaan van Gallisch servies, terra sigillata uit het zuiden van Frankrijk, tot aan natuurstenen blokken uit de Eiffel voor de Romeinse bouwwerken. Ook is bijvoorbeeld Spaanse olijfolie en Belgisch graan vervoerd over de Oude Rijn. Dakpannen en bakstenen zijn onder meer vanaf een grote pannenbakkerij in de omgeving van Nijmegen naar het castellum Albaniana (Alphen aan den Rijn) gestuurd.

Volg ons op social media:

© 2021 Archeon, SERA Business Design